Test om geheugenverlies op te sporen

Om de ziekte van Alzheimer beter op te sporen, ontwikkelde Hedderik van Rijn van de Rijksuniversiteit Groningen een speciale geheugentest. Volgens de hoogleraar cognitie- en neurowetenschappen kan deze test een groot verschil maken bij het opsporen en behandelen van geheugenziektes, aldus het AD. “Op dit moment wordt de diagnose alzheimer vaak pas gesteld als eigenlijk iedereen al merkt dat het niet goed gaat. Wat wij graag willen, is dat we veel eerder kunnen zeggen: hé, let eens op, je gaat sneller achteruit dan gemiddeld.”

Hoe blijft informatie hangen

In de test krijgt de deelnemer in acht minuten nieuwe vogels, pastasoorten, vlaggen of een ander onderwerp aangeleerd – zolang het maar iets is waar de proefpersoon vooraf weinig kennis van heeft. Daarbij is het niet van belang hoe snel u nieuwe dingen leert, maar hoe goed die informatie blijft hangen. Oftewel: hoe goed het brein alle jongleerballen in de lucht houdt.

Blijven controleren

Daarom is het volgens het AD belangrijk het geheugen te blijven controleren. Dat kan door de test vaker te doen, bijvoorbeeld om de paar maanden of het halve jaar. Zo hoopt Van Rijn ook subtiele achteruitgang op te merken, voordat de ziekte verder gevorderd is. “Zeker in de toekomst is dat belangrijk. Het is heel waarschijnlijk dat er de komende jaren medicatie op de markt komt die de verdere achteruitgang door alzheimer kan stoppen.”