Niet doen maar laten
We praten veel over tekorten in de zorg (te weinig personeel, te weinig bedden, te weinig geld, te weinig tijd), maar weinig over wat er dagelijks tussen de kieren weglekt, schrijft huisarts Danka Stuijver in de Volkskrant: De verwijzing ‘voor de zekerheid’ of ‘op dringend verzoek van patiënt of familie’. De operatie ‘omdat het kan’. Het consult dat geen besluit oplevert, maar wel een herhaalde scan. Diagnostiek zonder überhaupt consequentie voor verder beleid.
Waarom doen we dit eigenlijk?
Overbehandeling begint nooit met één duidelijk moment, beschrijft Stuijver in de Volkskrant aan de hand van een praktijkvoorbeeld. “Het is een aaneenschakeling van begrijpelijke, zelfs verdedigbare stappen die gezamenlijk hun redelijkheid verliezen. Nog een opname, nog een ingreep, nog een poging, nog een kans, nog íéts. Zodra we beginnen, lijkt elke volgende stap logisch, bijna onvermijdelijk. De vraag ‘waarom en voor wie doen we dit eigenlijk?’ komt vaak laat, of helemaal niet. We doen het misschien voor de zekerheid. Voor geruststelling van patiënt, of misschien toch de dokter? En ja, dat is iets waard, maar laten we niet doen alsof het niets kost.”
Een lichaam dat op is
Niet handelen voelt voor artsen al snel als nalaten en voor familie als tekortschieten, zelfs opgeven. In werkelijkheid gaat het om accepteren dat een lichaam op is en dat verder medisch ingrijpen niets toevoegt, of zelfs onnodig lijden veroorzaakt. Van zinloze bloedafnames tot ic-opnames. De kern van het probleem is niet dat we te veel kunnen, schrijft huisarts Stuijver in de Volkskrant, maar dat we te weinig leren begrenzen en verdragen. “Dat ‘niet doen maar laten’ in onze maakbare, dwingende samenleving minstens zoveel vakmanschap vraagt als ingrijpen.” Dat een kwart van de zorguitgaven naar zorg gaat die geen waarde toevoegt, zal echt geen enkele zorgverlener verbazen, aldus de huisarts. “Wat ongemakkelijker is: we weten het allemaal en dragen er dagelijks aan bij.”