Ouderen praten niet altijd over hun eenzaamheid
Leyden Academy, 21 september 2026
Eenzaamheid onder ouderen blijft mogelijk vaker onopgemerkt dan gedacht. Met name mannen, mensen met een goede gezondheid, mensen met een partner of migratieachtergrond geven minder vaak aan eenzaam te zijn, terwijl zij volgens een indirecte meting wel degelijk eenzaam zijn. Dat blijkt uit een nieuwe studie uit het PROMISE-project, waarin onderzoekers onderzochten welke factoren een rol spelen bij het onderrapporteren van eenzaamheid onder ouderen.
De onderzoekers analyseerden gegevens van Nederlandse, Marokkaanse en Turkse ouderen tussen de 55 en 66 jaar. Zij vergeleken wat ouderen aangaven wanneer er rechtstreeks naar hun eenzaamheid werd gevraagd met een indirecte meting van eenzaamheid. Daaruit blijkt dat mannen, mensen met een goede gezondheid en mensen met een partner minder geneigd zijn hun eenzaamheid te benoemen, ook als de indirecte meting laat zien dat zij even eenzaam zijn als hun tegenhangers.
“Dit wijst erop dat het taboe rond eenzaamheid sterker is in groepen van wie minder wordt verwacht dat zij eenzaam zijn” zegt prof. dr. Tineke Fokkema, als projectleider betrokken bij het onderzoek. “Het beeld bestaat immers dat mannen mentaal sterk zijn en mensen met een partner of een goede gezondheid weinig reden hebben om eenzaam te zijn. Hierdoor is het moeilijker om eenzaamheid toe te geven en leidt een directe vraag eerder tot sociaal-wenselijke antwoorden.”
Culturele eenzaamheid
Ook ouderen met een migratieachtergrond gaven minder vaak toe eenzaam te zijn dan niet-migranten, maar alleen wanneer de indirecte meting bij beide groepen een hoge mate van eenzaamheid liet zien. Wanneer deze meting wees op geen of weinig eenzaamheid, gaven migranten juist vaker rechtstreeks aan zich eenzaam te voelen dan niet-migranten. Een mogelijke verklaring is dat migranten eenzaamheid niet alleen ervaren als een gebrek aan sociale contacten, maar ook als het missen van een vertrouwde taal, cultuur of omgeving. Dit wordt ook wel culturele eenzaamheid genoemd.
Het PROMISE-project, dat in 2024 van start ging, zoomt in op deze specifieke groep: oudere migranten uit niet-Europese landen. Zij zijn gemiddeld vaker eenzaam dan Nederlandse ouderen, maar praten daar zelden over.
Van onderzoek naar wat werkt in de praktijk
PROMISE onderzoekt niet alleen waardoor eenzaamheid ontstaat, maar vooral ook wat in de praktijk kan helpen. Uit de resultaten van eerder onderzoek binnen dit project komt naar voren dat niet alleen het aantal sociale contacten telt, maar ook de kwaliteit van relaties en de verwachtingen die ouderen daarvan hebben. Vaak ligt de focus op de oudere zelf, terwijl het betrekken van de directe omgeving – familie,de wijk – essentieel is voor duurzame verandering.
In co-creatie met oudere migranten worden handleidingen, trainingen, video’s en e-learnings ontwikkeld die direct inzetbaar zijn in de praktijk. PROMISE bouwt daarbij voort op interventies die in de praktijk al worden ingezet. Zo is Samen tegen Eenzaamheid inmiddels actief bij 28 maatschappelijke organisaties, met 42 groepen in 11 steden en meer dan 500 deelnemers. Stichting Gouden Mannen heeft een groepsinterventie voor mannen met een migratieachtergrond die in een kwetsbare positie zittenen UP! Nederland biedt gespreksgroepen in 12 talen die meer dan 14.000 ouderen hebben bereikt, waaronder velen met een migratieachtergrond.
Over PROMISE
Het unieke aan het PROMISE-project is dat de verkregen kennis direct naar de praktijkwordt vertaald, in co-creatie met oudere migranten en stakeholders. De uitvoering vindt plaats onder leiding van het NIDI, samen met de mede-aanvragers Rijksuniversiteit Groningen, Pharos en Movisie. Het consortium bestaat in totaal uit zo’n 30 partners, waaronder welzijns- en migrantenorganisaties, gemeentes, kennisinstituut Leyden Academy, Nieuw Wij. Door deze bundeling van krachten hopen de onderzoekers de bestrijding van eenzaamheid onder oudere migranten een stap verder te brengen.