We willen niet alleen verder

Tjitske Bennink-de Beer leeft nog zelfstandig met haar 102-jarige man Jan in Amsterdam. Zij doet de was, strijkt en kookt. Hij rijdt dagelijks op zijn scootmobiel naar de supermarkt voor de boodschappen, maakt het ontbijt en schenkt ’s middags een borrel in, aldus de Volkskrant  in de interviewserie 100-jarigen.

Zij zijn al 77 jaar getrouwd. Heb je elkaar dan nog iets te vertellen? Hij: ‘Nee, eigenlijk niets meer.’ Zij: ‘Jawel, als we over onze herinneringen praten.’ Hij: ‘Als ons iets van vroeger te binnen schiet, ja.’ (Na een stilte:) ‘Ons leven was een beetje saai.’ Zij: ‘Dat vind ik niet. We hadden geen grote wensen, zo van: ik wil dit of dat. We zijn niet arm, we zijn niet rijk. We wonen hier mooi, heel vrij, met veel groen, dat maakt veel goed. We hebben altijd genoten van onze kinderen. Toen we een auto konden kopen, gingen we uitstapjes maken.’ Hij: ‘Ja, dat is waar. Tot mijn 95ste heb ik auto gereden. We kochten ook een caravan en maakten ANWB-reizen naar Ierland, Frankrijk, Corsica, Spanje en Portugal. We hebben het best naar onze zin gehad. Jij hebt heel goed voor onze kinderen gezorgd – en voor mij.’ Zij, lachend: ‘Ik lette al op of je die laatste woorden ook zou zeggen!’ Hij: ‘Nu is het andersom en zorgen de kinderen voor ons.’

Zijn zij bang elkaar te verliezen, vraagt de Volkskrant. Zij: ‘Ja, nou!’ Hij: ‘Daar hebben we iets voor geregeld. Dat staat op papier. We willen niet alleen verder.’