Heb het bij dementie niet meteen over de dood
Als je de diagnose dementie krijgt – dit overkomt een op de vijf – móét je van D66 binnen drie maanden een gesprek met een arts voeren over de vraag of je wilt worden gedood, wanneer en onder welke omstandigheden. Dat schrijft Kustaw Bessems in zijn column in de Volkskrant.
‘We willen dat dit gesprek een verplichtend karakter krijgt’, zegt D66-Kamerlid Wieke Paulusma. ‘Om ervoor te zorgen dat deze groep zijn waardigheid behoudt.’ Veel komt hierin samen,schrijft Bessems. Hij schrijft onder meer over de illusie van totale maakbaarheid, over het gebrek aan prudentie, over de enorme inbreuk van de staat in het persoonlijke leven. ‘Je hoort vaak dat de dood een taboe is, maar ik heb nog nooit een taboe gezien waar zo veel over wordt gesproken.’
Hoe je ‘leuk kunt gaan’
Ooit was de mediacode om niet specifiek en zeker niet romantiserend te berichten over methoden voor zelfdoding. Nu mag een euthanasie-arts in een krant leeglopen over ‘de mooiste middelen’ en hoe je ‘leuk kunt gaan’. De meesten zeggen het niet zo bot, aldus de columnist van de Volkskrant, maar sinds de pandemie is het een geaccepteerde gedachte: we laten mensen wel érg oud worden, dat mag ietsje minder.
Misschien banger dan nodig
Misschien is een groter taboe dan de dood wel dit, schrijft Bessems: een toekomstige samenleving die overvloedig wordt bevolkt door krakkemikkige, verwarde ouderen met onsmakelijke kwalen die op weg zijn naar ‘onwaardige’ levenseindes. ‘En misschien maken we onszelf daar banger voor dan nodig.’ Uit onderzoek onder leiding van oud-hoogleraar ouderengeneeskunde Rudi Westendorp blijkt dat ‘de rafelrand van het leven, die periode dat je afhankelijk bent van anderen, korter wordt’. Hij wijst op het enorme potentieel van fitte ouderen die kunnen helpen zorgen voor die aftakelende ouderen. Een hoopgevend en ontroerend beeld, merkt Bessems op in de Volkskrant. ‘Dus bied vooral zo’n gesprek met de huisarts aan, maar vrijwillig, zonder oordeel en geheel open. Heb het niet meteen over de dood, maar eerst over wat iemand van het leven wil.’