De dood komt altijd te vroeg of te laat

Heeft u al een sterfplan, vraagt huisarts Rinske van de Goor de lezer in haar column in de Volkskrant:

  1. Gewoon op een ochtend op m’n 84ste niet meer wakker worden.
  2. Rock-’n-rollstyle: vanaf m’n 70ste komen de sloffen sigaretten en de fles whisky weer in huis, en dan zien we wel waar het schip strandt.
  3. Doe maar dementie, lekker met een dekentje voor de tv en zo langzaam uit het leven wegglijden.
  4. Op m’n 60ste, voordat het aftakelen begint. Bovendien krijgen jonge mensen vaak een veel indrukwekkender begrafenis.
  5. Ik ben aan het sparen om me te laten invriezen.

Hoe moet het dan?

Wat is een goed moment om dood te gaan?  Rinske van de Goor hoopt “zelf ook redelijk oud te worden en daarbij mijn verstand en lichaam een beetje fatsoenlijk te kunnen blijven gebruiken”, schrijft zij in de Volkskrant. “Alleen weet ik niet goed hoe je heel oud moet worden zonder oud te worden. Er gaat op een gegeven moment toch iets stuk, lichamelijk of geestelijk. Soms is het lichaam eerder op terwijl het hoofd nog van alles wil, soms trekt de geest zich langzaam terug terwijl het lichaam het nog behoorlijk doet. Ik zou iedereen die ellende graag besparen, maar hoe moet het dan?”

Zo komt de dood nooit uit

De enige zekere manier om eraan te ontkomen is eerder doodgaan, constateert de Volkskrant-columnist.  “Aftakeling heeft één voordeel: je krijgt tijd om aan de dood te wennen. Ik zie genoeg ouderen die op een gegeven moment naar de dood verlangen. ‘Het was goed zo, hij kon niet meer’, klinkt het dan aan de koffietafel. Zo komt de dood nooit uit: te vroeg voor wie nog volop leeft, te laat voor wie eerst heeft moeten aftakelen.