AOW’tje? Pensioentje? Praat eens normaal, ik ben geen klein kind
De ergernis van deze week in Trouw: het gebruik van verkleinwoorden zodra het gaat over mensen die met pensioen zijn. Een 76-jarige lezer uit Leidschendam hoort het regelmatig voorbij komen in tv-programma’s als Radar, Meldpunt of Kassa: de term ‘een AOW’tje’. Vaak in combinatie met, of gevolgd door het zinsdeel ‘een (klein of schamel) pensioentje’. En ook op de radio duikt de terminologie steeds vaker op: ‘Vorige week sprak zelfs Astrid Kersseboom ’s ochtends in het NOS Radio 1 Journaal nog over een AOW’tje.’
Groen en geel ergeren
Telkens wanneer de lezer dit hoort, ergert ze zich groen en geel, aldus Trouw. ‘Een AOW-uitkering is geen liefdadigheidszakgeld of een schattig extraatje.’ Door een verkleinwoord te gebruiken, worden ouderen volgens de Trouw-lezer gekleineerd. ‘Alsof de ontvanger een klein kind is dat een aai over de bol krijgt in de vorm van een ‘zakcentje’. Het devalueert de status van gepensioneerden tot passieve ontvangers, in plaats van burgers die simpelweg krijgen waar ze recht op hebben.’
Stop verkleinende taal
De lezer – die naar eigen zeggen ‘na een werkzaam leven al vele jaren geniet van haar pensioen’ ‒ eindigt haar e-mail met een oproep: ‘Laten we stoppen met deze verkleinende taal. Het is AOW. En een pensioen. De ontvangers verdienen het respect van een volwaardig woord.’ Trouw vraagt de lezers: Wat vindt u?