Kerk kan de zorgcrisis niet oplossen
De kerk kan mensen nabij zijn, maar geen personeelstekorten oplossen en gaten in de zorgbegroting dichten. Dat schrijft in Trouw Henk Boogaard, die beide werelden van nabij kent. Hij werkte bij toenmalig zorgtarievenorgaan COTG en was toezichthouder bij de landelijke PKN-organisatie
Mirjam Sterk, de minister van Langdurige Zorg, sprak uit dat kerken meer maatschappelijke verantwoordelijkheid moeten nemen. Maar de kerken van vandaag zijn niet meer de kerken van de negentiende eeuw en zelfs niet van die van de jaren vijftig van de vorige eeuw. Ze zijn kleiner, kwetsbaarder en vaak financieel beperkt. Veel kerken zijn gesloten of staan op het punt te sluiten. Kerkenraden krimpen, diaconieën hebben moeite om vacatures te vullen en de gemiddelde vrijwilliger is inmiddels zelf kwetsbaar. Het is alsof de minister een beroep doet op een maatschappelijke speler die zij zelf, samen met haar voorgangers, decennialang heeft ontmanteld.
Aanvullend, maar niet structureel
Dat wil niet zeggen dat kerken niets kunnen bijdragen, aldus Boogaard in Trouw. Kerken kunnen eenzaamheid doorbreken, gemeenschap bieden, mensen opvangen die tussen wal en schip vallen, vrijwilligers mobiliseren en pastorale nabijheid bieden. Maar dat zijn aanvullende vormen van menselijkheid, geen structurele zorg. Dat is een verantwoordelijkheid van de overheid zelf.
Beginnen met realisme
“Kerken zijn geen zorginstellingen. Ze zijn gemeenschappen van geloof, hoop en liefde. Als de minister wil dat kerken bijdragen aan een menselijker samenleving, dan is dat een gesprek waard. Maar dat gesprek moet beginnen met realisme, niet met nostalgie. En met de erkenning dat de zorgcrisis wordt opgelost door een overheid die bereid is de structurele problemen in de zorg daadwerkelijk aan te pakken.”