Verpleeghuis zwaardere zorg en voor kortere tijd

De vraag naar ouderenzorg stijgt, maar verschuift steeds meer van de verpleeghuizen naar thuis. Ouderen gaan pas naar een zorginstelling als ze zwaardere zorg nodig hebben. Daar verblijven ze minder lang. Dat blijkt volgens de Volkskrant uit onderzoek van het RIVM.

Uit het onderzoek blijkt dat de landelijke bezettingsgraad van verpleeghuizen in zes jaar tijd stabiel bleef: zo’n 95 procent. Toch kreeg een op de vijf verpleeghuizen tussen 2018 en 2024 te maken met een sterke daling van cliënten. De vraag van ouderen die relatief lichte zorg nodig hadden, het zogeheten ‘beschut wonen met intensieve begeleiding’, nam af. Volgens het RIVM leidde dit tot een ‘mismatch’ tussen vraag en aanbod. Sommige instellingen wisten niet goed genoeg in te spelen op de groeiende behoefte aan zwaardere, intensieve zorg.

Veertig experts

Voor het onderzoek sprak het RIVM volgens de Volkskrant met bijna veertig experts en zorgprofessionals die in het rapport niet met naam, maar alleen met hun expertise worden aangeduid. Onder hen zijn zorgbestuurders, verzekeraars en wetenschappers. Dat de behoeften verschuiven, heeft volgens hen te maken met het ‘thuis tenzij’-beleid, waarbij de overheid wil dat ouderen langer thuis blijven wonen.

Toch ligt dit niet alleen aan de overheid, verklaart een wetenschappelijk expert ouderenzorg in het rapport. ‘Het beleid’, stelt de expert, ‘sluit eerder achterlopend aan bij wat ouderen zelf willen: beschut wonen, in kleinschalige verbanden, zoals knarrenhofjes. Veel daarvan ontstaat ook spontaan, zonder beleid.’