Weg met het idee dat je geld over moet hebben

Rijksbouwmeester Francesco Veenstra zwaait na vijf jaar af met flink wat plannen voor de Nederlandse woningbouw. Die moet betaalbaar zijn én bijdragen aan sociale weerbaarheid, zegt hij in de Volkskrant.

Soms ziet de vertrekkende rijksbouwmeester het probleem van de Nederlandse woningmarkt dicht bij huis. Althans een van de problemen: die van de ruim behuisde, honkvaste Nederlander, die maar niet wil verhuizen naar een kleinere woning om plaats te maken voor bijvoorbeeld een jong gezin. Zijn eigen moeder woont nog alleen in zijn ouderlijk huis, een eengezinswoning aan de rand van het centrum van Leeuwarden.

Vermogen aanspreken

Niet gek dat ze daar wil blijven wonen, vindt hij volgens de Volkskrant. Want ze woont daar al vijftig jaar. Bovendien is ze bang dat ze voor een volgende woning meer moet gaan betalen. Over dat laatste zou zijn moeder zich eigenlijk geen zorgen moeten maken, vindt de 53-jarige architect. ‘We moeten af van het idee dat we aan het eind van ons leven nog geld over moeten hebben. Net als van de gedachte dat je met eigenwoningbezit een fortuin kunt opbouwen. Zorg voor een goed aanbod in middenhuur, bijvoorbeeld door de wooncorporaties. Ook al zullen mensen voor de huur hun vermogen moeten aanspreken.’

Weerbare samenleving

‘Een goede woonwijk is de basis van een weerbare samenleving’, aldus Veenstra in de Volkskrant. ‘Er wordt nu gehamerd op weerbaarheid in termen van defensie en wapensystemen. Maar het gaat ook om een weerbare samenleving, met wijken waarin mensen elkaar kennen en helpen.’