Graag meer generaties in een wooncomplex
Amsterdam moet veel meer inzetten op woonvormen waarbij verschillende generaties in één gebouw leven. Dat vindt Thomas van Leeuwen, die op zijn 38ste toevallig in een wooncomplex voor senioren terechtkwam met zijn gezin.
De onderhandelaars die op dit moment druk bezig zijn met de coalitievorming binnen de gemeente Amsterdam zou hij één eenvoudige vraag willen stellen, schrijft hij in Het Parool: welke stad wil Amsterdam zijn? Een stad waar ouderen en jongeren gescheiden wonen of waar deze generaties elkaar ontmoeten en elkaar versterken, in één gebouw?
In de lift
“Er wordt vaak gezegd dat sociale cohesie ontstaat op buurtniveau, maar in de praktijk komen mensen elkaar vaker tegen in de lift. Door generaties op gebouwniveau te clusteren, blijven doelgroepen van elkaar gescheiden. De mix zou juist binnen één gebouw moeten plaatsvinden.”
Versterken
Op die manier kunnen generaties elkaar daadwerkelijk versterken, aldus Van Leeuwen in Het Parool: “De oudere buurvrouw die af en toe op de kinderen past. Een jongere bewoner die helpt met het installeren van een nieuwe smartphone. Kleine, alledaagse vormen van wederkerigheid die van grote waarde zijn voor het dagelijks leven.”
Voorbeelden
Er zijn een aantal inspirerende voorbeelden van meergeneratie-wooncomplexen, schrijft Van Leeuwen in Het Parool. “Maar dit zijn nog altijd uitzonderingen en ze zijn zeker geen structureel onderdeel van de grootschalige woonopgave. De gemeente Nijmegen is daarin een stuk verder en stimuleert projecten waarbij studenten, gezinnen en senioren zelfstandig wonen, maar wel onder één dak. Dat levert allerlei tastbare voordelen op: informele zorg, efficiënter gebruik van gedeelde ruimtes en meer onderlinge waardering.