Zorgvraagstuk steeds meer woonvraagstuk

Wat kunnen tachtigers in 2040 aan zorg verwachten? Daarover schrijft Margriet: Er zíjn al lange wachtlijsten voor verpleeghuisopnamen, de huisartsen wórden al overvraagd, de mantelzorgers zíjn al overbelast en de woningbouw kan de extra vraag naar seniorenwoningen nu al niet meer aan. Wat betekent dit allemaal voor ons later?

Breed palet aan oplossingen

Volgens Michel van Schaik, directeur gezondheidszorg bij de Rabobank, komt er een breed palet aan oplossingen. “Mensen met heel zware indicaties, die intensieve en medische zorg nodig hebben, zullen naar verwachting nog terechtkunnen in collectief gefinancierde verpleeghuisachtige voorzieningen, zoals we die nu kennen. Maar, we zien nu al dat de meesten van ons daar helemaal niet naartoe willen. Tegenwoordig is de gemiddelde duur dat iemand in een verpleeghuis verblijft nog geen jaar.”

Vangnet vanuit de zorg verdwijnt

Van Schaik zegt in Margriet te verwachten dat er steeds meer hospice-achtige vormen zullen komen voor de laatste levensfase, met persoonlijke begeleiding door familie en vrijwilligers. “Maar, zolang je nog enigszins thuis kunt wonen en er geen professionele hulpvraag is, zul je als hulpbehoevende een beroep moeten doen op je sociale netwerk. Daarmee bedoel ik niet alleen je kinderen, familie of vrienden, maar ook – en vooral – de buren. Het vangnet vanuit de zorg is er dan niet meer. Althans niet zoals nu het geval is. Thuiszorg zoals we die nu kennen bestaat straks niet meer.”

Steeds meer buurtinitiatieven

Het is belangrijk dat we gemeenschapszin nieuw leven inblazen, aldus de Rabobankdirecteur. “Dat kunnen we zelf doen. De overheid moet de samenleving daarin ondersteunen en activeren. Het lijkt erop dat de burgers ook steeds meer inzien dat de politiek het niet meer voor ze gaat regelen, want er ontstaan spontaan steeds meer buurtinitiatieven. Van buurtcafés tot koken voor ouderen.”

Kleinschalige concepten

Ook zie je dat het zorgvraagstuk steeds meer een wóónvraagstuk wordt. Conceptontwikkelaars richten zich meer op kleinschalige woon- en zorgvoorzieningen. Die toekomstige zorgzame woonvormen zijn zó in te richten, zo merkt Van Schaik op in Margriet, dat je er ook in kunt blijven wonen als de zorg toeneemt.