Wie dementie heeft, hoort niet buiten de samenleving te staan
Het aantal Nederlanders met dementie groeit snel. Zolang genezing uitblijft, is het van belang om met elkaar te zorgen dat mensen met dementie zoveel mogelijk onderdeel blijven van het gewone leven. Dat schrijft directeur Karen van Oudenhoven van het Sociaal en Cultureel Planbureau in het FD. Zij schrijft ook vanuit persoonlijke ervaring: Haar man woont met dementie in een vergevorderd stadium in een verpleeghuis.
“Dementie is een rotziekte die niemand zou moeten meemaken. Maar dat wil niet zeggen dat er géén leven is met deze ziekte. Waar zoveel mensen lijden aan dementie en een geneesmiddel voorlopig (nog) niet voorhanden is, moeten we voorkomen dat zij buiten de samenleving komen te staan.”
Samenredzaam
De begeleiding van patiënten en naasten zou veel meer gericht kunnen zijn op hun verbinding met de samenleving, aldus de SCP-directeur in het FD. “Als we willen bewegen naar een samenleving die samenredzaam is, kunnen we mensen die ziek zijn niet buiten het gewone leven plaatsen. Daarvoor is het nodig te investeren in een vruchtbaar samenspel tussen patiënten en hun naasten, vrijwilligers en zorgverleners. Dat vraagt de moed om voorbij de regels te denken en echt te vertrouwen op de kwaliteiten van al deze betrokkenen. Want hoe ingrijpend dementie ook is, mijn ervaring is dat je elkaar niet alleen kunt kwijtraken. Je kunt elkaar ook op een nieuwe manier terugvinden.”