Risico beroerte vaak onopgemerkt

Artsen die kwetsbare ouderen behandelen, moeten vaker nagaan of deze patiënten een ernstige hartritmestoornis hebben die een beroerte kan veroorzaken. Dat bepleit volgens het Noordhollands Dagblad klinisch geriater Lennaert Zwart van het Dijklander Ziekenhuis in Purmerend. Volgens Zwart blijft de stoornis – boezemfibrilleren – bij veel senioren namelijk onopgemerkt en dus onbehandeld.

Boezemfibrilleren (ook wel atriumfibrilleren genoemd) is op zich niet direct gevaarlijk. Maar de aandoening heeft wel flinke impact op het hart. En er kunnen problemen ontstaan door bloedstolsels. Waardoor onder meer de kans op een beroerte (herseninfarct) toeneemt.

Smartphone

Zwart heeft zich bij zijn promotieonderzoek naar atriumfibrilleren onder meer beziggehouden met de vraag hoe die hartritmestoornis tijdig kan worden ontdekt. “Kwetsbare oudere patiënten, bij wie dus sprake is van een verhoogd risico, zouden bijvoorbeeld onderzocht kunnen worden met fotoplethysmografie. Dat is een optische techniek, waarbij licht wordt gebruikt om veranderingen in het bloedvolume in de huid te meten. Die techniek wordt bijvoorbeeld ook toegepast in zogenoemde smartphones en smartwatches en kan dus door de patiënt zelf worden gebruikt.”

Antistollingsmedicijnen

Bloedstolsels kunnen worden voorkomen of tegengegaan met zogenoemde antistollingsmedicijnen. Maar artsen zijn er, zegt Zwart in het Noordhollands Dagblad, nogal eens huiverig voor om kwetsbare ouderen met zo’n medicijn te behandelen. “Omdat daardoor ernstige bloedingen zouden kunnen ontstaan. Die bezorgdheid lijkt onnodig. Een van de conclusies uit het onderzoek dat mijn collega’s en ik hebben uitgevoerd, is namelijk dat senioren met een broze gesteldheid niet meer risico op bloedingen lopen dan andere patiënten.”

Sluipmoordenaar

Zwart hoopt ook op grotere bewustwording over atriumfibrilleren omdat het aantal Nederlanders dat met deze potentiële ‘sluipmoordenaar’ te maken krijgt de komende twintig jaar naar verwachting fors zal toenemen. “Er zijn in Nederland nu al zo’n 385.000 mensen met deze hartritmestoornis. De stoornis wordt dus lang niet altijd vroegtijdig ontdekt. Daarom vind ik het van groot belang om kwetsbare ouderen daar vaker op te onderzoeken.”