Mantelzorg zonder ondersteuning onhoudbaar

De naasten van ongeneeslijk zieke patiënten, die vaak een lange periode mantelzorger zijn, hebben niet genoeg aan de acht weken zorgverlof die de SER voorstelt. Ze hebben structurele steun nodig. Of, en hoeveel ze daarvan krijgen, is nu afhankelijk van hun woonplaats. Dat schrijft Marcella Tam (projectleider Oog voor Naasten bij het consortium Propallia/ LUMC en ambassadeur van het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II) in de Volkskrant.

Plicht gemeenten

Gemeenten zijn op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) verplicht mantelzorgers te ondersteunen. Dat geldt nadrukkelijk ook voor de naasten van mensen in de palliatieve levensfase, zoals bij kanker, dementie, COPD, Parkinson en hartfalen. Ook kwetsbare ouderen zonder duidelijke diagnose vallen hieronder, aldus Tam in de Volkskrant.

Breed palet

Gemeenten beschikken in theorie over een breed palet aan ondersteuningsmogelijkheden: huishoudelijke hulp, vervoer, respijtzorg, lotgenotencontact en psychosociale ondersteuning via wijkteams. “In de praktijk schiet dit aanbod regelmatig tekort voor mantelzorgers in de palliatieve fase.”

Misvatting

In veel gemeenten ontbreekt nog het besef dat zij überhaupt een rol hebben in de palliatieve fase, schrijft Tam in de Volkskrant. “Dat is een misvatting. Gezondheidszorg zonder mantelzorg is onmogelijk. En mantelzorg zonder ondersteuning is onhoudbaar. Wie wil dat mensen thuis, met waardigheid, hun laatste levensfase kunnen doorbrengen, moet investeren in de mensen die dat dagelijks mogelijk maken.”