Huisartsenzorg is eerste- én vierdelijnszorg
Huisartsenzorg is niet alleen eerstelijnszorg, schrijft huisarts Rinske van de Goor in haar column in de Volkskrant. ‘Huisartsenzorg is ook vierdelijnszorg: wanneer trajecten vastlopen, klachten blijven, zorg versnipperd raakt of niet binnen de stramienen van de specialistische zorg past, zijn wij het vaste aanspreekpunt.’
De kloof tussen beleidsbeeld en spreekkamer is groot, aldus Van de Goor in de Volkskrant. ‘Beleidsmakers zien codes met ‘enkelvoudige klachten’. Laagcomplexe zorg. Wij zien mensen met meerdere problemen tegelijk, met levensverhalen die niet in codes passen. Onze kracht – overzicht, nuance, voorzichtigheid waar dat kan en doortastendheid waar dat moet – is nauwelijks zichtbaar in systemen, maar wel in levens. Het is het verschil tussen iemand geruststellen of onnodig medicaliseren. Tussen nóg een verwijzing – of eindelijk een samenhangend verhaal.’
Steeds meer patiëntenstops
En wie de complexiteit niet ziet, zo schrijft deze huisarts in de Volkskrant, waardeert haar ook niet, inhoudelijk en financieel. ‘Veel huisartsen ervaren dat zij wel de verantwoordelijkheid dragen, maar niet de erkenning voor de zwaarte van hun werk.’ Dat leidt tot uitstroom. En dat merken patiënten. In Nederland zoeken inmiddels honderdduizenden mensen vergeefs naar een huisarts, omdat praktijken patiëntenstops hanteren. Steeds meer regio’s verliezen hun eerste én hun vierde lijn. ‘Dan blijft zorg over per orgaan, per klacht – zonder iemand die het geheel ziet.’
Dan wordt het pas echt complex
Wie de huisarts reduceert tot loket, schrijft huisarts Van de Goor, holt daarmee de enige plek uit waar alle lijnen samenkomen. ‘En zonder sterke eerste én vierde lijn wordt goede zorg pas echt complex.’