Hogere omgangskunde in de ouderenzorg

Als psychiatrisch verpleegkundige in de ouderenzorg is Job van Amerongen gespecialiseerd in – zoals hij het zelf noemt – de ’hogere omgangskunde’ met mensen die lijden aan dementie. De ontroerende, grappige en verdrietige alledaagse momenten geeft hij luchtigheid in korte verhalen. Geen leedvermaak, schrijft de Telegraaf, maar juist een liefdevolle ode aan de veerkracht van mensen met dementie, hun naasten en verzorgers.

“De nabijheid waarmee ik probeer te werken, kan me soms ontregelen.” De uitlaatklep om zijn gevoelens en gedachten te ordenen is het schrijven van korte verhalen, waarvan er 87 zijn gebundeld in het boek Nog één liedje dan?, dat donderdag verschijnt.

Liefst met humor

Vele (oud-)bewoners van Brentano-locatie Nieuw Vredeveld in Amstelveen komen in zijn stukjes voorbij. Kwetsbare gesprekken brengt Job het liefst met humor. “Nooit om te lachen om mensen, maar mét hen”, zegt hij in de Telegraaf. Als hij al iemand op de hak neemt, is dat zichzelf en zijn worsteling om ’het goede’ te doen. Zo leerde hij dat het voor iemand met dementie over het algemeen fijner is als je meegaat in hun versie van de werkelijkheid.

Het gezonde deel

“Het is onze menselijke neiging om een beroep te doen op de ratio”, legt Job uit in de Telegraaf.  “Als een vrouw van 90 zegt dat haar grootmoeder op bezoek is geweest, kun je antwoorden dat dat onmogelijk is, maar voor haar is ze op dat moment springlevend. Liever doe ik een beroep op het gezonde deel, bijvoorbeeld door te vragen of ze uit een warm gezin komt. Zo voelt ze zich niet betrapt, en door te praten over dingen die ze nog wél weet, stijgt haar gevoel van eigenwaarde.”

Onmacht als mantelzorger

Job geeft volgens de Telegraaf ruiterlijk toe dat het moeilijk was om zijn hogere omgangskunde toe te passen op zijn eigen ouders, die als een wrede speling van het lot beiden dementie kregen. “Alles wat ik anderen leer, deed ik als mantelzorger fout. Dat heeft alles te maken met de mate van betrokkenheid en onmacht die je als naaste voelt. Voor mensen die mijn columns lezen, kan het misschien behulpzaam zijn dat de broeder het ook niet altijd weet.”