Als het thuis echt niet meer gaat

Voor mensen met dementie is een verhuizing naar het verpleeghuis vaak onvermijdelijk. Makkelijk is zo’n overgang nooit, beschrijft de Volkskrant, ook niet voor de mantelzorgers.

Lindsay Groenvynck is van huis uit verpleegkundige en is onlangs in Maastricht gepromoveerd op de overgang van thuis naar het verpleeghuis bij dementie.. Wat opvalt, zegt Groenvynck in de Volkskrant, is dat de hele periode van de diagnose tot aan de verhuizing naar een verpleeghuis op een heel voorspelbare manier onvoorspelbaar verloopt. ‘Zolang het thuis goed gaat en mensen staan op een wachtlijst, is er enorme twijfel of een verhuizing überhaupt wel nodig is. Tot het moment dat dementie zich van de onvoorspelbare kant laat zien: een val, iemand die gaat dwalen, een oudere die zichzelf buitensluit bij het boodschappen doen.’ ‘De impact van een verhuizing is niet te onderschatten. Maar probeer die zo geleidelijk mogelijk te maken, dat kan de klap verzachten.’

Kloof dichten

Wat je zou willen, zegt Robbert Huijsman (hoogleraar innovatie en implementatie in dementiezorg aan de Erasmus Universiteit en oud-bestuurder bij een ouderenzorgorganisatie), is dat er voorzieningen komen die de kloof tussen thuis en het verpleeghuis dichten. Hofjes, waarin ouderen samenleven en elkaar kunnen helpen bij problemen. Of flats, met voldoende thuiszorg, maar ook met een gezamenlijke ruimte voor bingo of een literatuurlezing.

Het slechte voorbeeld

Maar vooral: dat mensen daarover al op tijd beginnen na te denken, juist nog voordat er iets mis is. En erover praten. Met elkaar, met de kinderen, met de buren. Kijk, zegt Huijsman in de Volkskrant, ‘ik bestudeer al decennia de ouderenzorg, weet heel goed wat er mis is en ben nu 62 jaar. Zelfs ik heb het vrijwel nooit met mijn vrouw over wat we met ons ruime rijtjeshuis met vijf slaapkamers zullen doen. Wanneer we gaan verhuizen, of we niet in een hofje moeten gaan wonen. En daarmee geef ik het slechte voorbeeld.’