Ook ouderen willen een extra slaapkamer
Het klinkt makkelijk, schrijft EW magazine: haal de ouderen uit hun te grote woningen en laat ze plaatsmaken voor een gezin. De vertrekkende Rijksbouwmeester Francesco Veenstra heeft gelijk als hij zegt dat er steeds meer eenpersoonshuishoudens komen, maar dat wil nog niet zeggen dat je alle ouderen uit hun te grote huizen kunt jagen.
Voormalige hoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft Friso de Zeeuw zei het al eerder, zo merkt EW op: ze wonen al vijftig jaar op die plek, zijn er geworteld in sociale netwerken en krijgen ook nog kleinkinderen te logeren. Prozaïscher: als ze nog met twee zijn, dan snurkt de man vaak en is het prettig als hij kan uitwijken naar de logeerkamer. Ze willen, kortom, helemaal niet weg uit dat huis.
Niet verplichten
Nederlanders hebben meer vierkante meters woonruimte tot hun beschikking dan de bevolking in de omringende landen. Dat is ook een uiting van groeiende welvaart, aldus EW. En downsizen is erg moeilijk: Je kunt mensen niet verplichten om hun huis te verlaten. Wel kun je dat aantrekkelijker maken en proberen ze te verleiden een gelijkvloers en goed geïsoleerd huis te betrekken. Die zijn er alleen nu vaak niet.
Verandert niet zo snel
Bovendien, schrijft EW: in tegenstelling tot wat de vertrekkende Rijksbouwmeester zegt, willen Nederlanders nog altijd een huis met een voor- en achtertuin, drie slaapkamers (voor het thuiswerken, de oppas-oma of logés) en een parkeerplek voor de deur. Dat verandert echt niet zo snel.