Zingeving als primaire levensbehoefte

Volgens cultuur- en religiesocioloog Sipco Vellenga is er een ‘zingevingscrisis’. In zijn boek met die titel wijt hij die aan overvolle levens. Zingevingsvragen ziet Vellenga in alle leeftijdscategorieën, zegt hij in Trouw. Ook bij “gepensioneerden die plotseling zeeën van tijd, alleen geen richting meer hebben. En bij ouderen bij wie eenzaamheid geen incident is, maar een toestand. Over de hele linie zie je dat mensen het een opgave vinden zinnig te leven.”

Zich als socioloog met het onderwerp bezig houdend, vertelt Vellenga in Trouw, begon hij bij zijn herinneringen aan zijn ouders, eind jaren vijftig, begin jaren zestig. “Toen waren er duidelijke kaders. Niet dat mensen geen twijfels kenden, maar in grote lijnen werden er richtinggevende kaders aangeboden die betekenis gaven aan het bestaan.”

Vroeger had je houvast

“Zingeving was toen collectief georganiseerd: kerk, gemeenschap, de wederopbouw na de oorlog, en het opbouwen van een collectieve verzorgingsstaat de decennia daarna – dat bood allemaal houvast. Dat waren de kaders, en daarbinnen wist je hoe je je leven moest indelen. Het had zin je in te zetten voor de kerk, het had zin mee te werken aan de opbouw van de verzorgingsstaat, dat vonden we belangrijk.” Tegenover die wereld staat de huidige: zonder omvattende kaders en gefragmenteerd.

Ontmoetingsplekken

‘Zingeving zie ik als een primaire levensbehoefte’, schrijft Vellenga. ‘Vergelijkbaar met eten, bewegen en communiceren.’ Zonder perspectief, zonder gevoel van betekenis, zonder grip of verbondenheid, loopt het leven vast. ‘Dan beleef je je dagen als betekenisloos.’  Vellenga ziet dat buurthuizen, sportverenigingen, bibliotheken steeds vaker ontmoetingsplekken worden, zegt hij in Trouw. “Dat is belangrijk. Net als gemeentelijke initiatieven voor ouderen die stoppen met werken. Ik ben hoopvol. Zin kan uit veel bronnen worden geput.”