Hoe late adhd-diagnose levens nog verandert

Vooral bij vrouwen tussen de 50 en 70 jaar blijven symptomen die duiden op adhd volgens het AD vaak verborgen achter een masker van aanpassing. Totdat de overgang of pensioengerechtigde leeftijd de bom laat barsten.

‘Ik had gewild dat ik dit vijftig jaar geleden had geweten. Dan was mijn huwelijk beter geweest, mijn werk succesvoller en had ik mijn gedrag kunnen begrijpen.’ Arjan Videler, professor aan de Tilburg University en nauw betrokken bij de peiling ‘adhd op latere leeftijd’, hoort dat vaak.

Cocktail van gebeurtenissen

Het probleem bij ouderen is dat adhd-symptomen vaak worden aangezien voor iets anders. Waar bij kinderen de motorische onrust (wiebelen op de stoel) opvalt, zit de onrust bij ouderen aan de binnenkant. Dat uit zich in een voortdurende gedachtestroom, chaos in het hoofd en een gebrekkig tijdsbesef. Rond hun 60ste ontstaat bovendien een soort cocktail van gebeurtenissen, ziet Videler: de normale cognitieve achteruitgang die bij het ouder worden hoort, botst met de gebrekkige planning en het zwakke werkgeheugen van de adhd’er.

Diagnose biedt zelfcompassie

Is een diagnose op je 70ste nog wel zinvol? Ja, zegt Videler in het AD volmondig. Weliswaar geeft medicatie bij ouderen soms meer bijwerkingen, zoals een verhoogde bloeddruk en slecht slapen, maar de winst zit vooral in het psychologische aspect. “Het gaat om het herschrijven van je levensverhaal. Een diagnose biedt zelfcompassie. Mensen begrijpen eindelijk: het lag niet aan mijn onwil.”

Gewoon iets ander bedraad

Het AD sprak met de 68-jarige Mia, die pasna zestig jaar hoorde ze dat ze geen depressie heeft, maar adhd. In haar hoofd, daar was het altijd kermis, zegt ze. Wat je hebt  aan een diagnose op latere leeftijd? Een hele hoop, zegt Mia. Want na dertig jaar zoeken begreep ze eindelijk dat ze gewoon iets anders ‘bedraad’ is dan de meeste mensen. Ze heeft nu een ‘signaleringssysteem’ voor opgetuigd: als haar hoofd te vol is, dan ziet ze dat aan haar tafel, waar tussen de tijdschriften, post en pennen geen plekje meer vrij is. Nu weet ze: ik moet opruimen, de tafel én m’n hoofd.