Hoe kan een 92-jarige zó fit zijn?
Wetenschappers buigen zich volgens Trouw over de prestaties van Emma Mazzenga. De 92-jarige atlete uit Padua liep afgelopen jaar vier wereldrecords in haar leeftijdscategorie.
De Italiaanse verbrak vorig jaar vier wereldrecords voor vrouwen in de leeftijdsgroep van 90 tot 95 jaar. De 200 meter liep ze in een tijd van 50,33. Wereldrecordhoudster Florence Griffith-Joyner loopt weliswaar ruim twee keer zo snel, maar voor een 92-jarige is dit ongekend. Mazzenga werd een fenomeen, landelijke media berichtten uitgebreid over ‘de koningin van de sprint’.
Hardlopen ontspant me
Hardlopen, vertelt Emma Mazzenga in Trouw, vindt ze gewoon lekker om te doen. “Ik heb het nodig, net als slapen en eten. Ik heb behoefte aan beweging en ga elke dag een stukje wandelen, ook als het regent. Ga ik niet naar de atletiekbaan, dan ren ik wel langs de rivier hier in de buurt. Wanneer ik na een training heb gedoucht, voel ik me zó goed. Hardlopen ontspant me, ook mentaal.”
Spiervezels van een 50-jarige
Een onderzoeksleider van de Universiteit van Pavia heeft zijn landgenote twee keer intensieve oefeningen laten doen en constateert dat Mazzenga de spiervezels van een vijftigjarige heeft en dat haar mitochondriën – de energiefabrieken van een cel die brandstof omzetten in energie – net zo goed werken als die van iemand van twintig.
Het zit in de genen
Zelf denkt Mazzenga, die al decennialang weduwe is, dat het ’m in haar genen zit, zegt ze in Trouw. “Mijn broer is 87 en rijdt nog altijd in een camper rond. En ik heb een nicht van 99. Maar goed, als ik met mijn genen altijd op de bank was blijven zitten, was ik natuurlijk geen wereldkampioen sprinten geworden. Je moet er wel serieus voor werken. Gelukkig heb ik de mogelijkheden daarvoor gehad, dat speelt ook een grote rol.”
Blijven rennen zolang het kan
Hoelang ze nog doorgaat met hardlopen, kan ze niet zeggen. “Ik ga ontegenzeggelijk achteruit, ik word steeds iets langzamer. Daar is niets aan te doen. Laat ik zeggen: zolang ik kán rennen, blijf ik rennen. Maar ik kijk nu niet verder dan één, hooguit twee maanden vooruit. Op mijn leeftijd maak je geen plannen voor de lange termijn meer.”