Generaties hebben elkaar keihard nodig
Over de gedeelde eigenschappen van generaties wordt veel beweerd, maar van de vaak hatelijke stereotyperingen blijkt weinig te kloppen. Dat ontdekte arbeidseconoom (en boomer) Paul de Beer (1957) volgens de Volkskrant bij het schrijven van zijn op vijf decennia aan grootschalige enquêtes gestoelde boek Generatiestrijd: feit en fictie over generaties.
‘Een samenleving kan alleen floreren als er veel solidariteit is tussen generaties. Anders moet elke generatie feitelijk weer bij nul beginnen’, zegt De Beer in de Volkskrant. ‘Generaties hebben elkaar keihard nodig. Dus elke vorm van denken die ertoe leidt dat we mensen van een andere generatie gaan zien als tegenstanders die onze belangen in de weg zitten, schaadt de onderlinge solidariteit.’
Toen babyboomers jong waren
Dat oudere generaties rijker zijn, komt alleen doordat zij meer tijd hebben gehad om vermogen op te bouwen. ‘Vergeet ook niet hoe het was toen babyboomers jong waren. Het waren de vooroorlogse generaties die het meest profiteerden van de opbouw van de verzorgingsstaat.’ En waar de stille generatie dankzij genereuze WAO-uitkeringen en VUT-regelingen vaak al jong stopte met werken, konden babyboomers daar door versoberingen veel minder van profiteren, aldus De Beer in de Volkskrant. Terwijl ze er wel decennialang premie en belasting voor hadden betaald.