Zin en onzin in pensioendiscussies

De nieuwe pensioenwet en wijzigingen in de AOW lossen problemen op, maar introduceren ook nieuwe obstakels, schrijft Anne van Dijk uit Drachten, kaderlid FNV-sector senioren. De kritiek dat in het nieuwe stelsel het pensioen afhankelijk is van beleggingsopbrengsten terwijl dat in het oude stelsel niet het geval zou zijn, is onzin. Zowel in het oude stelsel als het nieuwe pensioenstelsel is de hoogte van het pensioen afhankelijk van premies en opbrengst van beleggingen. Het gemiddelde rendement op beleggingen is 6%.

Aantal voordelen

Er zijn wel een aantal voordelen van de nieuwe wetgeving:

  • Pensioenvermogens kunnen nu beter worden gebruikt voor indexatie;
  • In 2015 is doorgevoerd (door de overheid) om te kunnen indexeren de dekkingsgraad 110% moet zijn voor een beetje indexatie en 125% voor volledige indexatie. Tot 2015 was de drempel 105%. Voor de pensioenfondsen die overgaan naar het nieuwe stelsel in de indexatie drempel weer op 105% gebracht. Er is voor het eerst sinds 2008 geïndexeerd.
  • Er kunnen afspraken gemaakt worden over drie jaar eerder met pensioen gaan voor zware beroepen. De tijdelijke regeling daartoe is na stakingen een blijvende regeling geworden;
  • In de aanloop naar de nieuwe pensioenwet zijn verlagingen van pensioenen, door de absurd lage rente, voorkomen;
  • De leeftijdsonafhankelijke pensioenpremie is hersteld zodat het toenemen van leeftijdsdiscriminatie wordt voorkomen;
  • De AOW-leeftijd werd tijdelijk bevroren en daarna is de stijging minder dan eerder. Een poging van het kabinet om de leeftijd extra te verhogen is afgeslagen door de vakbonden.

Niet alles is positief

Maar niet alles is positief in de nieuwe wet. Er zijn ook nadelen en uitdagingen:

  • Doordat de leeftijdsonafhankelijke pensioenopbouw wordt afgeschaft door de regering moeten werknemer van 45 jaar en ouder gecompenseerd worden. Deze kosten zouden door de overheid betaald moeten worden maar worden uit de pensioenreserves betaald.
  • De afschaffing van de doorsnee pensioenopbouw is voordelig voor jongeren, maar nadelig voor met name vrouwen. Dat komt doordat vrouwen voor hun 40’stedoorgaans korter werken als kinderen jong zijn. In die periode missen zij de extra opbouw zodat het afschaffen van de leeftijdsonafhankelijke opbouw voor hen negatief is. Doorsnee betekent dat per pensioenfonds het percentage premie gelijk is ongeacht de leeftijd.
  • De individuele potjes geven onnodige ingewikkeldheid. Verhoging van pensioenen wordt verschillend per leeftijdscategorie. Het begint al bij de verdeling van de huidige overreserve. Als die in 1 jaar verdeeld wordt moet de verdeling gelijk zijn ongeacht de leeftijd van de deelnemers en gepensioneerden. Echter als de verdeling uitgesmeerd worden over 10 jaar dan kan verschillend verhoogd worden. De Nederlandse Bank, wil verdelen over 10 jaar.
  • De AOW-leeftijd stijgt wel bij toename van levensduur maar daalt niet als de levensverwachting afneemt. Door corona maar ook daarna is de levensverwachting gedaald. Desondanks wordt de AOW-leeftijd met 3 maanden verhoogd in 2028 naar 67 en 3 maanden.

Er blijven ook problemen

Al met al lossen de nieuwe pensioenwet en wijzigingen in de AOW problemen op, maar er blijven ook problemen. Problemen die net als eerder door kabinet en een Kamermeerderheid veroorzaakt worden. Tot 2028 kunnen pensioenfondsen overgaan naar het nieuwe stelsel. De regels waaronder dat plaatsvindt worden, binnen de kaders van de wet, door vakbonden en werkgeversorganisatie bepaald per bedrijfstakpensioenfonds, en aan de vakbondsleden voorgelegd ter instemming.

Anne van Dijk (Drachten), kaderlid FNV-sector senioren