Vergeet in AOW-debat het brein niet

‘We spreken uitsluitend over hoe lang we leven, niet over hoe we ouder worden”, schrijft Brankele Frank (neurobioloog) in haar column in het FD over het AOW-debat. “De levensverwachting zegt iets over het hart, de heup en de bloeddruk. Nauwelijks over de staat van onze hersenpan, die in een kenniseconomie misschien wel doorslaggevend is.”

Verwerkingssnelheid en flexibiliteit

Neurobiologisch gezien begint de eerste verouderingsfase rond je 66e, aldus Brankele Frank in het FD.  “Dat betekent geen massaal cognitief verval, maar subtiele veranderingen in verwerkingssnelheid en flexibiliteit. Het volgende omslagpunt ligt rond je 83e. Dat biedt in principe een tijdsvenster waarin doorwerken mogelijk is – zij het wellicht in aangepaste vorm.”

Parkinson en dementie

Maar de cijfers zijn volgens de FD-columnist niet louter geruststellend. “Het aantal mensen met Parkinson is in tien jaar met 30% toegenomen; een derde van hen is onder de 65. Ook 10% van de mensen met dementie – in 2040 de voornaamste doodsoorzaak – is jonger dan 65.”

Mentale voorwaarden

Productiviteit zit niet alleen in knieën en ruggen, maar ook in neuronen, aldus Brankele Frank in het FD. “De cognitieve levensverwachting is van belang. Niet om mensen af te schrijven zodra ze trager worden – ervaring en wijsheid zijn zeer waardevol – maar om te bepalen onder welke mentale voorwaarden we kunnen blijven werken. Dát is de echte discussie om te bepalen hoe oud we gaan ‘Drees trekken’.”