Met pensioen zijn is een rare bedoening
Werk is het geraamte van het bestaan, we ontlenen er zelfs onze identiteit aan, wat stoppen met werken nogal bemoeilijkt. Wordt het zo onderhand tijd om werk een minder grote rol toe te kennen? Aldus Wilma de Rek in een essay in de Volkskrant.
Zelfs veel collega’s die met pensioen zijn, blijven op de een of andere manier doorwerken, ziet De Rek. Als echt geen enkele werkgever meer voor hun werk wil betalen, gaan ze lange stukken schrijven op Facebook en Substack, of ze posten woedende berichtjes op X.
Noem mij geen pensionado
De Rek ging in gesprek met haar gepensioneerde Volkskrant-collega Paul Onkenhout, die overigens nadrukkelijk geen ‘pensionado’ genoemd wil worden: ‘Een ontzettend irritant kutwoord.’ Status, denkt Onkenhout, is de belangrijkste reden dat veel mensen niet kunnen stoppen met werken wanneer ze eenmaal de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt. ‘Ik realiseer me heel goed dat ons werk niet te vergelijken is met dat van mijn zwager die in de bouw zit. Er zijn natuurlijk heel veel mensen die op hun 67ste denken: het is wel mooi geweest.’
Eén grote verrassing
Al met al is zo’n pensioen een rare bedoening, zegt Onkenhout in de Volkskrant. ‘Ik moest laatst denken aan de tijd dat ik vader werd. Daar lees je dan over en je hoort verhalen, je bereidt je er zo goed mogelijk op voor, maar in de praktijk blijkt het toch heel anders te zijn dan jij je hebt voorgesteld en is het één grote verrassing. Dat is met pensioen ook een beetje zo. Ik vind het bijvoorbeeld best ingewikkeld dat ik nog elke dag met dat werk word geconfronteerd, gewoon omdat ik de krant lees; maar als iemand ziek wordt of weggaat hoor ik dat niet, mij wordt niets verteld. Dat voelt vreemd. Ik ervaar nog altijd een sterke band met de krant, maar in wezen stelt die band niks voor.’