Gen Z heeft het niet veel slechter dan oudere generaties

Jongeren in Europa protesteren met als overheersend gevoel: wij zijn de dupe van de oudere generaties. Maar volgens experts staan jongeren er zeker in Nederland juist goed voor. Zeker omdat ze op de banenmarkt steeds schaarser zijn.

Heeft gen Z het slechter dan de generaties voor hen? Volgens arbeidseconoom Paul de Beer is dat in Nederland in ieder geval niet het geval. “We zien dat generatieverschillen soms worden verward met levensfaseverschillen. Je wordt met de jaren meestal vooral rijker, welvarender, door carrière, loopbaan en sparen. Het is niets nieuws dat mensen van 40 tot 50 jaar het materieel beter hebben. Cijfers laten zien dat dit niet anders is dan het was.”

Juist florissanter

Sterker nog, zegt De Beer in het AD: Gen Z staat er juist florissanter voor. “Als je het vermogen vergelijkt tussen generatie X (geboren tussen 1965 en 1979), de babyboomers (1946 tot 1964) en generatie Z (1995 tot 2009), doet Gen Z het eerder beter dan slechter. Als je kijkt naar inkomen en corrigeert voor inflatie, is de koopkracht van jongeren nu iets hoger dan die van babyboomers op dezelfde leeftijd.”

Per saldo erop vooruit

Ook de toekomst ziet er volgens demograaf Harry van Dalen (Nidi) zonnig uit. Van Dalen zegt in het AD: “Ik verwacht dat jongeren per saldo erop vooruitgaan als de demografische krachten doorzetten: jongeren worden relatief schaars. Daarnaast haalt de Nederlandse welvaartsstaat vaak de scherpe kanten van economische schokken eraf; qua levensstandaard kijken andere Europese landen met argusogen naar ons.”

Probleem sociale zekerheid

In studies van vele landen ziet Van Dalen al twintig jaar dat jongeren denken dat er geen pensioen meer voor hen is als zij oud zijn. “De sterke vergrijzing is ook een probleem voor de sociale zekerheid, omdat die wordt gefinancierd door de mensen die nú werken; er komen steeds meer ouderen en steeds minder werkenden.”