Steeds meer alleenstaande AOW’ers

Het aantal alleenstaande AOW’ers groeit hard, aldus de Telegraaf, harder dan het aantal samenwonende AOW’ers. Volgens de Sociale Verzekeringsbank (SVB) willen veel ouderen eigenlijk best gaan samenwonen, maar zetten ze daar een streep door uit angst voor een verlaging van de uitkering.

Tussen september 2025 en september 2026 steeg het aantal alleenstaande AOW’ers met 2,4 procent: volgens de laatste metingen telde ons land 1.424.560 alleenstaande ouderen met een AOW. Het aantal samenwoners groeide in dezelfde periode minder sterk, met 2 procent. Deze groep bestaat inmiddels uit 2.335.387 personen. In diezelfde periode is het aantal alleenstaande mannen met een AOW harder toegenomen dan het aantal alleenstaande vrouwen met een basispensioen: 3,9 procent om 1,7 procent.

Meest vrouwen

Toch zijn alleenstaanden met een AOW relatief vaak vrouw. Dat heeft volgens de Telegraaf te maken met de leeftijd waarop mannen en vrouwen gemiddeld sterven: mannen laten doorgaans eerder het leven en laten dan vaak een vrouw achter die er alleen voor komt te staan.

Vrees lagere uitkering

De SVB verwacht dat het aantal alleenstaande AOW’ers de komende jaren verder groeit. Uit onafhankelijk onderzoek blijkt dat een aanzienlijk deel van de alleenstaande AOW’ers best zou willen samenwonen, maar dat hiervan bewust wordt afgezien door vrees voor een verlaging van de uitkering.

Objectief partnerbegrip

Een recente kosten-batenanalyse wijst uit dat een vereenvoudiging van de AOW-leefvormensystematiek, bijvoorbeeld door invoering van een objectief partnerbegrip, leidt tot tussen 5.800 en 10.400 extra samenwonenden per jaar. Dat zou leiden tot meer vrije woningen op de woningmarkt en minder eenzaamheid onder ouderen.