Na de mantelzorg valt achterblijver in een gat
Steun voor mantelzorgers stopt als de dierbare overlijdt. Dat is te snel, waarschuwen in Trouw Erik IJpema (actief in het bestuur van de Huiskamer van Odijk) en Lydia Ketting-Stroet (kaderhuisarts palliatieve zorg).
Als de zorg eindigt door het overlijden van de zorgvrager, heeft de achterblijvende ex-mantelzorger te maken met verdriet om het verlies van een naaste. Maar hij of zij blijft ook vaak achter in een grote stilte en met de vraag ‘hoe nu verder’. “Velen zijn in staat om zelf nieuwe zingevende activiteiten op te pakken, zoals sport, muziek of in gezelligheidsverenigingen. Maar menigeen kan wel wat extra ondersteuning gebruiken om het leven weer aan te kunnen.”
Uitwisseling ervaringen
Er zijn in Nederland volgens het CBS circa 900.000 alleenwonende 70-plussers, van wie ruim twee derde vrouw is. Zij zijn vaak alleen achtergebleven na het overlijden van hun partner. Vrouwen leven gemiddeld twee en een half jaar langer dan mannen en trouwen met gemiddeld een twee en een half jaar oudere man. Volgens deze statistiek leven vrouwen dus gemiddeld nog vijf jaar na het overlijden van hun partner, terwijl er ook vaak nog een periode van mantelzorg aan dit alleenstaan vooraf ging. De uitdaging is om voor alleenstaande ouderen – en zeker ook voor achtergebleven alleenstaande mannen – nieuwe vormen van ondersteuning te vinden, schrijven IJpema en Ketting-Stroet in Trouw. In de gemeente Bunnik probeert de ‘Huiskamer van Odijk’ dat. Zo worden er mantelzorgcafés georganiseerd voor actieve mantelzorgers én ex-mantelzorgers. De uitwisseling van ervaringen blijkt in de praktijk goed te werken.
Mantelnázorg
“Wij willen eraan bijdragen dat zorg na mantelzorg, de mantelnázorg, gewoner wordt. Zowel in de erkenning van de problemen van nabestaanden als in de aanpak van deze problemen. Zodat nabestaanden gemakkelijker een beroep gaan doen op beschikbare voorzieningen, maar ook een appèl doen op lokale organisaties als er leemtes in het aanbod zijn.”