Blijft mijn koopkracht overeind?
‘U ontvangt maandelijks een inkomen van pensioenfonds Zorg en Welzijn. Bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel heeft u dit jaar een hogere uitkering gekregen. Onlangs maakte het pensioenfonds bekend dat de eerste jaarlijkse verhoging lager zal zijn dan de inflatie. Dat betekent dat u er in koopkracht op achteruitgaat. Dat was toch niet de bedoeling?’ Reinout van der Heijden geeft uitleg in de Volkskrant-rubriek Geldvraag.
Afhankelijk van rendement
“U moet dus een tijdlang teren op de invaarbonus die u bij de overgang naar het nieuwe stelsel hebt gekregen. De invaarbonus ligt vaak tussen 8 en 20 procent, afhankelijk van het pensioenfonds. Wie al langer met pensioen is, krijgt minder bonus dan iemand die net de AOW-leeftijd heeft bereikt.” Koopkracht en inflatie staan niet meer centraal in het nieuwe pensioenstelsel, aldus Van der Heijden in de Volkskrant. “De hoogte van het pensioen is afhankelijk van het rendement op de beurs. In het oude stelsel was behoud van koopkracht het hoogst haalbare. Nu kunt u er in koopkracht op vooruitgaan, als de inflatie laag is en het rendement hoog.”
Reken u niet rijk
Ook voor gepensioneerden is het advies: zet in ieder geval de eerste jaren na het invaren een deel van uw invaarbonus apart. “Reken u niet rijk, want niemand weet hoe het nieuwe stelsel precies uitpakt.”