Niet iedere pensionado gouden genieter
Hoe noemden we mensen die met pensioen zijn voordat het woord pensionado in zwang raakte? Die vraag borrelde bij een lezeres op naar aanleiding van een opiniestuk over 67-plussers in Trouw.
Gepensioneerde is nog altijd de algemene en meest neutrale benaming voor iemand met pensioen, aldus de uitleg in de taalrubriek van Trouw: Wat formeler heet zo iemand een pensioengerechtigde. Pensioentrekker tref je ook wel aan, al kleeft aan dat woord dezelfde licht negatieve bijklank als aan bijstand- en steuntrekker. Een ander alternatief is pensionaris, al klinkt dat synoniem nogal deftig en past het gevoelsmatig meer bij (hogere) ambtenaren die met pensioen zijn dan bij gewone werknemers.
Redelijke welstand
Een nu veelgebruikt alternatief is pensionado, al verwijst dat woord volgens Trouw vaak naar een specifiek soort gepensioneerde, de gouden genieter: een vitale oudere met een goed pensioen die het ervan kan nemen en zijn derde levensfase dus in redelijke welstand doorbrengt, hier te lande of (deels) in een zonnig buitenland.
Spaans leenwoord
Pensionado is van oorsprong een Spaans leenwoord met als betekenis ‘uitkeringsgerechtigde’, maar in ons taalgebied heeft de betekenis ervan zich onder invloed van het woord pensioen volgens Trouw ontwikkeld tot ‘vitale, welgestelde en doorgaans tevreden pensioengerechtigde’.