Kwart ervaart pensionering als onvrijwillig

Ze willen graag doorwerken, maar moeten vertrekken vanwege pensioenregels of druk vanuit de werkgever. Een kwart van de oudere werknemers ziet zijn pensionering als onvrijwillig. Dat blijkt volgens de Telegraaf uit onderzoek van onderzoeksinstituut NIDI. De belangrijkste reden dat mensen zich gedwongen voelen te stoppen is het bereiken van de AOW-leeftijd. Maar wat opvalt, is dat druk vanuit de organisatie en gezondheidsproblemen ook een grote rol spelen.

Onrecht

“Het beeld dat werknemers het liefst zo snel mogelijk met pensioen willen klopt lang niet altijd”, zegt een NIDI-onderzoeker in de Telegraaf. “We zien juist ook een substantiële groep die wil doorwerken, maar zich voelt tegengewerkt door de werkgever of beleid.” Ze noemt de ontwikkeling ‘onwenselijk’. “In deze tijden van vergrijzing en arbeidstekorten wil je juist dat zo’n groot deel van de beroepsbevolking langer doorwerkt. Bovendien blijkt onvrijwillig pensioen negatieve gevolgen te hebben voor de gezondheid van werknemers. Het kan als onrecht worden ervaren.”

Stap terug

Volgens de NIDI-onderzoeker  kunnen werkgevers en beleidsmakers meer doen om mensen langer actief te houden. “Organisaties kunnen vaker kijken naar deeltijdwerk of een stap terug in functie. Ook zou meer flexibiliteit rond pensionering bespreekbaar moeten zijn. Niet iedereen wil op hetzelfde moment stoppen.”

Fitter en vitaler

Goudgediende is een organisatie die gepensioneerden koppelt aan werkgevers. “Veel van hen willen nog helemaal niet thuiszitten”, zegt de oprichter in de Telegraaf. “Ze willen iets bijdragen. Soms in hun eigen vakgebied, soms juist in iets totaal anders.” Volgens hem denken veel werkgevers ten onrechte dat doorwerken na de AOW-leeftijd ingewikkeld is. “Er is vaak veel meer mogelijk dan ze denken.” Dat ouderen willen blijven werken verbaast hem niet. “De 70-jarige van nu is veel fitter en vitaler dan de 70-jarige van veertig jaar geleden. En de hele BV Nederland heeft behoefte aan extra handjes op piekmomenten. De potentie is groot.”