Hogere pensioenleeftijd niet nodig voor beteugeling AOW-kosten

Het kabinet wilde de AOW-leeftijd versneld verhogen omdat de kosten van de AOW steeds verder oplopen. Maar zijn de prognoses van de toekomstige uitgaven aan de AOW wel realistisch? Prognoses van de toekomstige AOW-uitgaven waren de afgelopen veertig jaar telkens te pessimistisch, schrijft emeritus hoogleraar Paul de Beer in ESB. “Voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën is het niet nodig om de AOW-leeftijd versneld te verhogen.”

Het CPB veronderstelt dat de AOW-uitkering meegroeit met de verdiende lonen. Als daarentegen de AOW-uitkeringen zoals gebruikelijk aan de contractlonen gekoppeld blijven en de incidentele loonstijging 0,5 procent per jaar bedraagt, stijgt de AOW-uitgavendruk aanzienlijk minder.  Zoveel minder zelfs, aldus De Beer in ESB,  dat de AOW-uitgavenquote zonder versnelde verhoging van de AOW-leeftijd lager uitkomst dan de AOW-uitgavenquote met versnelde verhoging én koppeling aan de AOW-uitkering aan de verdiende lonen.