Pensioenleeftijd in de praktijk al heel vloeibaar
Het is wonderlijk dat politici die alles ter discussie stellen de pensioenleeftijd in marmer beitelen, schrijft Peter de Waard in zijn column in de Volkskrant: Van 1 januari 1958 tot 1 januari 2013 was die leeftijd bepaald op 65 jaar. Wat Drees had gemaakt, mocht geen politicus breken. In de tussentijd gingen beide partners werken en steeg de levensverwachting met tien jaar. “Uiteindelijk mocht er een beetje aan worden gemorreld. Maar nu roept de Eerste Kamer alweer ho. Dit keer vanwege het pensioenakkoord dat gesloten werd toen Rusland nog gas leverde, corona niet bestond en Ajax kampioen en bekerwinnaar was.”
Geen zin meer
Een peildatum voor het pensioen is eigenlijk een archaïsche 20ste-eeuwse gedachte, aldus de columnist van de Volkskrant. “Hoelang mensen willen werken, moeten ze zelf weten. Veel mensen geven er eerder de brui aan, omdat ze geen zin meer hebben om aan de leiband van een baas te lopen of denken fysiek of mentaal niet meer mee te kunnen in de ratrace. Bijna de helft van de Nederlanders stopt eerder.”
De deur uitgekeken
Daarnaast blijft een deel van de Nederlanders na hun 67ste doorwerken, omdat ze hun baan leuk vinden of opzien tegen een dagelijkse gang naar de golfbaan. Dat is al gestegen tot 8 procent van de gepensioneerden: zo’n driehonderdduizend Nederlanders, schrijft De Waard in de Volkskrant. “Veel meer zouden langer willen werken, maar worden door hun bazen de deur uitgekeken.”
Werk aanpassen aan leeftijd
De pensioenleeftijd is volgens De Waard in de praktijk al heel vloeibaar. “Alleen houdt de politiek voor het staatspensioen vast aan die peildatum en is er geen boodschap aan individuele wensen en capaciteiten. Misschien moet het werk worden aangepast aan de veranderde leeftijd.”