Meer nodig dan ontmoetingsruimte

‘Er wordt vaak gedacht dat ontmoeting vanzelf ontstaat als je ouderen bij elkaar zet’, weet socioloog Jeannette Nijkamp, lector Gezonde Stad aan de Hanzehogeschool in Groningen.‘Maar het blijkt dat veel mensen in geclusterde woonvormen ook erg eenzaam zijn.’

Nijkamp doet onderzoek naar geclusterde woonvormen voor senioren. Er is meer nodig dan een ontmoetingsruimte om daadwerkelijk ontmoetingen te laten plaatsvinden, constateert ze , in de Groene Amsterdammer. ‘De benodigde zelforganisatie komt niet overal tot stand. Het lukt mensen vaak niet om met elkaar te besluiten hoe ze de ontmoetingsruimte willen inrichten en beheren. De ruimte blijft dan dicht of zelfs op slot, terwijl die bedoeld is als een soort café waar je binnenloopt en anderen ontmoet.’ Bewoners nemen niet vanzelf de verantwoordelijkheid voor zo’n voorziening. ‘Soms omdat ze niet de daadkracht hebben, soms omdat er ruzie ontstaat tussen de bewoners.’

Selecteren op bereidheid tot actieve rol

De Groningse wetenschapper vergeleek wooncomplexen voor ouderen waarin bewoners vooraf er wel of niet voor hadden gekozen om naar elkaar om te kijken. In complexen waar mensen hier niet bewust voor hadden gekozen bleken veel minder mensen deel te nemen aan activiteiten en waren mensen veel minder tevreden over hun sociale contacten. Een ander opvallend verschil was volgens de Groene Amsterdammer dat de bewoners die bewust hadden gekozen voor noaberschap, veel vaker aangaven eventuele hulp in de toekomst aan de medebewoners te willen vragen, terwijl de bewoners uit andere complexen die hulp vooral buiten het complex zouden zoeken. Projectontwikkelaars en woningcorporaties gaan daarom steeds vaker over op het selecteren van huurders op hun bereidheid om een actieve rol te spelen in het leven van mede-bewoners.

Mensen willen helpen, maar beperkt

Een derde van de geclusterde woningen die in de opgave van de overheid staat ingepland, moet wel degelijk ingericht zijn op zware thuiszorg. Maar bij vergevorderde dementie, als mensen een gevaar voor zichzelf of hun omgeving beginnen te vormen, houdt het toch vaak op. ‘In een van de onderzochte wooncomplexen was een bewoner aan het dementeren’, vertelt Nijkamp in de Groene Amsterdammer. ‘De andere bewoners deden van alles voor die persoon. Daardoor hoefde de familie minder vaak op te komen draven. Maar iemand zei ook: “Als straks de helft van mijn buren zo is, dan weet ik niet of ik het hier nog prettig wonen vind.” Mensen willen wel helpen, maar beperkt.’