Onnodige ziekenhuisopnamen voorkomen
Het aantal onnodige opnames in ziekenhuizen neemt toe. In 2025 werden dagelijks gemiddeld 815 bedden onnodig bezet gehouden. In de meeste gevallen gaat dit om patiënten die ouder zijn dan 75 jaar, blijkt volgens de Telegraaf uit cijfers van Dutch Hospital Data. Veel ziekenhuizen werken daarom met een speciaal team dat ervoor zorgt dat ouderen de juiste behandeling krijgen, zo nodig buiten het ziekenhuis.
“Als er een oudere binnengebracht wordt met mogelijk een kwetsbare gezondheid, komt er een rood icoontje achter te staan. Dan wordt er iemand van ons team bijgeroepen”, vertelt een geriater van het Franciscus ziekenhuis in Rotterdam.
Wat is het meest effectief
Twee jaar lang heeft het ziekenhuis een pilot gedraaid om te kijken of werken met dit speciale GEM-team (Geriatric Emergency Medicine) bijdraagt aan betere behandeling van deze groep ouderen. En dat blijkt zo te zijn, aldus de Telegraaf. Het team, dat naast de SEH-medewerkers en de geriater ook bestaat uit een verpleegkundig specialist, een apotheker, transferverpleegkundige en telenurse, bekijkt welke behandeling of nazorg het meest effectief is voor de patiënt.
Paar extra ogen
“Door vanaf het eerste moment met een extra paar ogen te kijken naar wat een patiënt echt nodig heeft, doen we de juiste onderzoeken, voorkomen wij onnodige behandelingen en kunnen patiënten vaker veilig en sneller naar huis”, zegt de Rotterdamse geriater in de Telegraaf. “Doordat eerder de juiste diagnose kon worden gesteld of door bijvoorbeeld eerder in het proces te kijken welke zorg een patiënt na ziekenhuisopname nodig heeft.”
Minder vaak ’nee’ zeggen
De ligduur in het Franciscus is gedurende de pilot afgelopen twee jaar met 0,7 dagen verkort. “Hierdoor ontstaat er weer ruimte voor andere patiënten en hoeven we minder vaak nee te zeggen”, noteert de Telegraaf op de afdeling spoedeisende hulp. “Verpleegkundigen stonden in eerste instantie niet te springen om nóg een extra lijstje met vragen dat ze aan patiënten moeten stellen. Maar nu ze zien dat patiënten uiteindelijk beter af zijn en minder snel terugkeren met nieuwe klachten op de spoedeisende hulp, merken ze heel duidelijk dat het zin heeft.”