Oud op de werkvloer
Er zijn plannen om de pensioenleeftijd te verhogen tot 70 jaar: ouderen zullen langer moeten doorwerken. Dat betekent allicht meer ziektes en kwaaltjes op de werkvloer. Geriater Jurgen Claassen brengt ze in het AD alvast in kaart.
Lukt het al die 65-plussers überhaupt om de werkvloer te blijven betreden? Als klinisch geriater en onderzoeker kan Claassen kort zijn: nee. “Er wordt door dit kabinet in feite gezegd: de gezondheid neemt toe, mensen worden steeds ouder, dat zal wel doorgaan. Maar niemand weet of dat ook echt gebeurt. We zien nu al dat de gezondheidslijn voor mannen wat is afgebogen.”
Niet volledig inzetbaar
En zelfs met stijgende lijnen is het straks niet alleen rozengeur en maneschijn, aldus het AD. “We leven inmiddels gemiddeld nog bijna 20 jaar na ons pensioen. Er zijn gelukkigen die dat in relatieve gezondheid doen. Maar naar schatting is tussen de 30 en 40 procent niet gezond. Dat betekent dat zij vanwege een of meerdere aandoeningen moeite hebben met hun dagelijks functioneren.” Het ligt dus voor de hand dat deze mensen straks na hun 65ste niet volledig of helemaal niet inzetbaar zijn.
Enorme worsteling
“Voor veel mensen zal het een enorme worsteling worden om die laatste vijf jaar nog te werken”, zegt Claassen in het AD. Dat betekent ook dat zich dramatische taferelen op de werkvloer kunnen afspelen als de drie belangrijkste ouderdomsziektes zich daar laten gelden: hart- en vaatziekten, dementie en kanker. En die gezonde 60 procent? Ook die zal te maken krijgen met kwaaltjes. Botontkalking. Afnemende spiermassa. Reuma. Incontinentie. Diabetes. De lijst is lang. Bij de vergadering van de toekomst kan het dus zomaar zijn dat een grijs koppie plots wegsprint naar het toilet. Misschien moet het straks zelfs gaan over de aanschaf van incontinentiemateriaal voor op de werkvloer.
Er ligt geen plan
Claassen en zijn beroepsvereniging van geriaters zijn niet tegen de plannen van het kabinet. “Wij zien natuurlijk ook wel dat het niet houdbaar is dat je op je 65ste stopt en dan, in plaats van veertien jaar zoals vroeger, nu nog twintig jaar doorleeft. Alleen ligt er geen plan om te zorgen dat mensen het ook kunnen volhouden. Of wie het vele vrijwilligerswerk op zal vangen, dat ouderen nu doen na hun pensioen. We gaan ervan uit dat mensen mantelzorgen voor hun ouders en partners. Ouderen zijn nu vaak oppasopa’s en -oma’s, die inspringen als de kleinkinderen ziek zijn en thuis moeten blijven.”