Maak AOW minder complex en voor iedereen gelijk
De hoogte van een AOW-uitkering is nu nog afhankelijk van iemands samenlevingssituatie. Dat is onnodig ingewikkeld en slecht voor de woningmarkt. Laat het kabinet-Jetten hierop actie ondernemen, schrijft Raymond Gradus (hoogleraar bestuur en economie aan de Vrije Universiteit Amsterdam) in het FD.
Het kabinet-Jetten wil vanaf 2033 de AOW-leeftijd een-op-een koppelen aan de levensverwachting. Daarnaast wil het kabinet onderzoeken of het mogelijk is om de complexe relatie tussen samenlevingsvorm en hoogte van de AOW-uitkering op te lossen. Op dit moment bestaan er maar liefst 21 samenlevingsvormen, met voor elke vorm een bepaalde uitkeringshoogte vastgesteld.
Individualiseringsvoorstel
Het eerste kabinetsplan is vooral bedoeld om de AOW in de toekomst betaalbaar te houden. Dit voorstel kreeg de afgelopen weken al veel aandacht en ontmoet van links tot rechts kritiek. Het verdient aanbeveling,schrijft hoogleraar Gradus in het FD, om daarom vooral het tweede plan snel ter hand te nemen en uit te werken tot een individualiseringsvoorstel.
Scherpe kantjes eraf
Bij individualisering van de AOW zal de hoogte van de uitkering niet langer afhankelijk zijn van de samenlevingsvorm, maar krijgt iedere AOW’er hetzelfde bedrag. Dit levert de overheid €11 mrd per jaar op, berekent Gradus in het FD. Dat is ruim drie keer zoveel als de een-op-een koppeling van AOW-leeftijd en levensverwachting. Invoering van de individualisering van de AOW zou dus kunnen betekenen dat de koppeling van tafel kan en “dat er tevens ruimte is om de scherpe kantjes van andere voorstellen in het coalitieakkoord af te halen – bijvoorbeeld in de zorg”.