Oude mensen hebben volop reden om razend te zijn

Ze had behoefte aan ‘een dagelijks taakje’, vertelt schrijfster Anna Enquist (80) in Trouw. Dat werd dus een roman (Het einde van Erna Ankersmit), waaraan ze elke dag vijfhonderd nieuwe woorden breide. Een roman over een tachtigjarige schrijfster die ooit beroemd was en de bestsellerlijsten domineerde, maar die nu nauwelijks meer herkend wordt op straat.

Enquist dacht: nu schrijf ik een boek over een tachtigjarig mens, wat moeten mensen daar eigenlijk mee, dat is toch helemaal niet leuk om te lezen? Jonge mensen zijn er niet in geïnteresseerd, en oude mensen willen er niet mee geconfronteerd worden. Daar ben ik mooi klaar mee.”

Angst voor aftakeling

Dus niemand gaat dit lezen? Enquist lacht hartelijk, aldus Trouw. “Niemand gaat dit lezen. Maar ik vond het leuk om haar angst voor aftakeling te beschrijven, haar angst voor het doorgestreept worden. Dat gevoel kan ze moeilijk toelaten, maar het komt wel in haar werk terecht. Want de man over wie ze schrijft is ontredderd en woedend over alles wat hem is ontnomen.”

Het ene na het andere verlies je

Enquist’ oude personages zijn boos. Er zit volgens Trouw veel woede in haar boek. Hoe komt dat? “Het cliché is natuurlijk dat je mild wordt als je ouder wordt, en accepterend: je hebt alles al gezien en je windt je er niet meer over op. Maar dat is helemaal niet zo, want ouderdom betekent dat je het ene na het andere verliest. Je vrienden gaan dood, je uiterlijk verandert, je werk stopt. En uiteindelijk verlies je je gezondheid, verlies je het leven. Dat is toch volop reden om razend te zijn?”

Overlevingsmechanisme

Voelt Enquist  die razernij zelf ook? “Nog niet zo erg”, zegt ze in Trouw. “Het is een overlevingsmechanisme om niet tot je te laten doordringen dat je bezig bent met het laatste traject van je leven. Als je daar de hele dag van doordrongen zou zijn, dan kwam er helemaal niks meer uit je handen. Het heeft iets gezonds om het naderende einde te negeren en te ontkennen.”

Allemaal goed te doen

“Daar komt bij dat ik nog heel fit ben, ook al rook ik meer dan een half pakje sigaretten per dag en drink ik graag alcohol. Misschien moet je dat niet opschrijven, ik geef het verkeerde voorbeeld. Maar ik heb gelukkig geen mankementen. Alleen mijn geheugen wordt slechter, ik kan soms niet op een naam of begrip komen. Het is allemaal goed te doen.

Na je 70ste doe je niet meer mee

In het magazine van het AD zegt Anna Enquist “Erna Ankersmit is tachtig, net als ik. Veel dingen die Erna overkomt of denkt, herken ik. Een tijd lang loop je vooraan in de stoet en op een gegeven moment word je steeds meer naar achteren geduwd. Eerder zat ik in allerlei leuke besturen van musea, het Letterenfonds, het Orkest van de Achttiende Eeuw, en dat is allemaal afgelopen. Na je zeventigste word je nergens meer voor gevraagd. Je doet niet meer mee.”

Doorgaan met leven

Erna wil de ouderdom buiten de deur houden. “Dat wegduwen, er niet aan willen dat je toch echt tachtig bent, dat heb ik ook. Toch heeft dat wegduwen ook een gezond aspect. Daardoor kun je doorgaan met leven. Ik verlies veel vrienden aan verschrikkelijke ziektes. Als je steeds denkt ‘dat gaat mij ook gebeuren’, kan je haast niet meer leven.”