Dement-maar-we-zeggen-het-niet
“Er zijn denk ik weinig ziektetermen waar zo raar mee wordt gehannest als het begrip ‘depressie’”, schrijft Bert Keizer (filosoof en arts) in zijn column in Trouw. “En helemaal in het dementiedomein, want daar lopen depressie en dementie hopeloos door elkaar heen.”
Mensen die zich in het eerste stadium van dementie bevinden, zijn zich zelden bewust van wat er aan de hand is, aldus Keizer. “Maar dát er iets aan de hand is, voelen ze wel. Ze leven met het angstig besef dat hun innerlijke lading op de een of andere manier onhoudbaar aan het schuiven is. Ze worden stil. Ze krijgen commentaar op hun onhandigheid in de keuken, hun niet verschijnen op afspraken, hun slordigheid in kleding en persoonlijke verzorging. Ze worden onzeker en ongelukkig.”
Mild Cognitive Impairment
Ze gaan naar de geriater en die maakt er een MCI van, aldus de columnist in Trouw:: Mild Cognitive Impairment. “Dat is verhullend Engels voor: dement-maar-we-zeggen-het-niet. Als die mensen ook nog om de dood vragen, dan is het wel duidelijk: dit is een depressie. En dan schrijft men antidepressiva voor. Als je als arts een depressie op de dementie wil plakken, zit je als arts bijna altijd ‘goed’. “Het vervelende is dat de dementie daaronder niet verdwijnt.”
Beschamende geneeskunde
Er is, zo schrijft Keizer in Trouw, nooit enigerlei vorm van onderzoek gedaan naar de vraag of ouderen met dementie en een doodswens zodanig opknappen van antidepressiva dat ze zeggen: ik wilde dood, maar nu ik dit slik wil ik graag verder de dementie in. “En toch doet vrijwel elke arts alsof dit onderzoek wel bestaat, met als resultaat de wens om verder te gaan met dementeren. Het is de angst om euthanasie te moeten verlenen en men hoopt daaraan te ontkomen door antidepressiva voor te schrijven. Het is beschamende ‘geneeskunde’.”