Eenzaamheid is heel gewoon

Na dertig jaar onderzoek weet filosofe Anja Machielse dat langdurige eenzaamheid veel pijn doet. ‘Die pijn wil je kwijt. Daarin schuilt een grote kracht’, zegt ze in Trouw. Ze schreef een boek met als titel De kracht van eenzaamheid.

Aan de hand van de levensverhalen van een dozijn eenzame Nederlanders schetst de Bredase emeritus hoogleraar humanistiek en sociale weerbaarheid de vele gezichten van eenzaamheid. “We willen allemaal op een of andere manier verbonden zijn met anderen; dat zit in onze aard. Maar die behoefte is grillig. De een bloeit op met mensen om zich heen, de ander koestert de stilte en doet het liefst alles alleen.”

Diepe sporen

Is er nu meer eenzaamheid dan eind vorige eeuw, vraagt Trouw. Machielse: “De cijfers blijven redelijk constant, wat de overheid ook doet. Iemand die het ene jaar eenzaam is, verdwijnt het volgende jaar uit de statistiek; zijn plek wordt ingenomen door iemand anders.” Waarom zou de overheid zich er dan om bekommeren? “Misschien zou de eenzaamheid zonder die overheidsaandacht wel toenemen. Zeker is dat langdurige eenzaamheid diepe sporen trekt. Ze leidt tot grote fysieke en mentale gezondheidsproblemen.”

Gewone mensen

In haar boek De kracht van eenzaamheid pleit Machielse voor het doorbreken van het taboe op praten over eenzaamheid. Juist daarin schuilt een uitweg. In Trouw zegt ze: “Eenzaamheid hoort bij gewone mensen, ze mankeren niets. De meesten vinden een manier om ermee om te gaan en weer door te gaan met hun leven, maar bij sommigen lukt dat niet op eigen kracht. Het taboe belemmert dan dat ze hulp zoeken.”