Iedere volgende generatie meer inkomen

Dat de huidige generatie jongeren het slechter zal hebben dan hun ouders het destijds hadden,is een mythe, zegt wetenschapper Paul de Beer in het FD. ‘Uit meerdere enquêtes blijkt dat heel veel mensen dat denken’, zegt hij. ‘Zoiets stond zelfs in het verkiezingsprogramma van GroenLinks-PvdA. Maar ik kan daar geen enkel bewijs voor vinden.’

Dat ligt niet aan een gebrek aan data. Voor een nieuw boek over generaties, dat hij onlangs afrondde, raadpleegde De Beer volgens het FD ruim honderd verschillende databestanden vanaf begin jaren zeventig. ‘Sommige vragen worden al een halve eeuw bijna onveranderd gesteld, waardoor je goed kunt vergelijken.’

Wat blijkt: gecorrigeerd voor inflatie verdient iedere volgende generatie meer dan de vorige in dezelfde levensfase. De Beer: ‘Bij de jongste generatie is het niet helemaal duidelijk of die ook hoger zit dan de millennials (ruwweg geboren tussen 1980 en 1995) en generatie X (1965-1980) op dezelfde leeftijd, maar ze hebben zeker geen lager inkomen.’

Aantal pensionerenden al jaren stabiel

Over de arbeidsmarkt zegt De Beer in het FD dat de aantrekkingskracht niet in de eerste plaats ligt bij banen die beter betalen, maar bij banen die men gewoon leuker vindt, of die meer toekomstperspectief bieden. Daar ligt volgens hem de sleutel tot de arbeidsmarktkrapte die zich deed voelen na de coronacrisis. En niet – zoals vaak wordt beweerd – in de vergrijzing. ‘Als vergrijzing de oorzaak zou zijn geweest, zou je een forse toename hebben moeten zien van het aantal mensen dat met pensioen ging.’ In werkelijkheid is het aantal pensionerende werknemers al twintig jaar redelijk stabiel. Wat wel zo is, is dat de beroepsbevolking de komende vijftien jaar amper groeit.