Neiging eigen generatie te idealiseren
De ergernissen tussen generaties stapelen zich op, signaleert sociaal psycholoog Kim Jansen (1980) in haar eerder dit jaar verschenen boek Het generatie-effect. Haar bureau Generations at work geeft lezingen en trainingen bij organisaties over generatie-diversiteit en generatie-management. Het FD sprak met haar over de kloof tussen generaties.
‘Tussen de oudere generaties, die veelal aan de macht zijn, en de jongeren botst het behoorlijk’, aldus Jansen. Jongeren verwijten ouderen dat ze star, saai en niet uitgesproken zijn. ‘Daar staat tegenover dat oudere generaties de jongelui weer lui, verwend en veeleisend vinden.’
Teruggetrokken in eigen bubbels
Mensen hebben van nature de neiging hun eigen generatie te idealiseren, zegt de sociaal psycholoog in het FD. De tolerantie tussen de generaties is nóg kleiner geworden, doordat ze elkaar in het dagelijks leven steeds minder tegenkomen: We hebben ons teruggetrokken in onze generatiebubbels.
Het beest in de bek kijken
Om de kloof tussen generaties te slechten ligt volgens Jansen de bal vooral bij de oudere generaties, die aan het roer staan. ‘Zij moeten het beest in de bek kijken, inzien dat het kapitalistische systeem niet meer werkt, oude patronen durven loslaten en jongeren een grotere stem geven.’
Eén grote win-winsituatie
Eigenlijk is het gek dat het bij alle discussies over meer diversiteit en inclusie aan de top vrijwel nooit over leeftijd gaat, zo merkt Jansen in het FD op. Dat is echt een ondergeschoven kindje, terwijl daar nog veel kansen liggen. Ouderen zijn over het algemeen iets minder flexibel en kunnen last krijgen van blinde vlekken. Jongeren kunnen ze daarop wijzen. Andersom zorgen de ouderen met al hun opgebouwde werkervaring en veerkracht voor de nodige stabiliteit in organisaties. Kortom, ik zie één grote win-winsituatie.’